“Hoe jonger je bent, hoe sneller je op je plaat moet gaan!” Deel 1


  • 26 september 2017
  • Joyce Hardholt

Je beste vriend boekt een enkeltje verweggistan en een collega ruilt zijn goedbetaalde job om voor het prille ondernemerschap. En jij? Je benijdt en bewondert hen terwijl je het zelf op veilig speelt. “Als jong mens heb je het vreselijk hard nodig om de sprong wél te wagen,” weet topcoach Anje-Marijcke van Boxtel. Een wake-up call om uit je comfortzone te stappen.

Mocht je dankzij Instagram denken dat onze generatie massaal hun dromen najaagt (behalve jij), dan kan ik je geruststellen. Voor de meesten van ons gaat het leven gewoon zijn gangetje. Geen pieken of dalen, wel je zaakjes prima op orde. 

Knus in de comfortzone

Comfort, voorspelbaar en zekerheid zijn dan ook ontzettend prettig. Ik kan het weten. Dat vaste contract is in the pocket en ik zit elke zomer op dezelfde plek in Frankrijk. Mijn werk en leven zijn top en ik geniet er oprecht van. Maar ik loop wel rond met een paar onvervulde dromen in mijn hart en ik vermoed jij ook.

Het komt láter wel

Zodra ik een van mijn dromen uit de ijskast haal, gaat mijn brein in protest. Meestal omdat nú zogenaamd niet het ideale moment is. Verhuizing op komst, nog lang niet uitgeleerd in mijn baan, eerst doorsparen. Smoesjes die je vast herkent.

En misschien word jij ook belemmerd door een stemmetje dat zegt: “Ja hállo, als je er nú niks mee doet, vind je het zeker niet belangrijk genoeg.” Dat die gedachte te simpel is, blijkt uit mijn gesprek met topcoach Anje-Marijcke van Boxtel. We moeten namelijk ook rekening houden met hoe het brein werkt.


Je brein is een luilak

“We zijn erop gebouwd als mens om altijd naar de korte termijn te kijken. Om op korte termijn veilig te zijn, je prettig te voelen en een behapbaar leven te hebben. Daar is helemaal niks mis mee, want daarmee overleven we als soort. Als je alleen altíjd voor de korte termijn gaat, is het gevaar dat je tot stilstand komt levensgroot,” weet Anje-Marijcke.

Op veilig spelen kan op den duur toch wel leeg aanvoelen. Misschien schiet er steeds vaker door je hoofd: ‘is dit het nou?’ Het gaat knagen. Comfort wordt sleur en daarvoor zijn we allemaal allergisch. 

Waarom je niet voor je droom gaat

Maar terwijl je beste vriend met dolfijnen zwemt, kijk jij vanaf je veilige bank naar zijn kick-ass foto’s op Facebook. En ik durf er mijn baan om te verwedden dat deze spreuk weleens op je tijdlijn voorbijkomt, tussen andermans avonturen door:

“Aan het einde van je leven
heb je geen spijt van
wat je hebt gedaan.

Wel van wat je niet hebt gedaan.”

Hoe komt het dan dat we niet voor onze dromen gaan? Het blijkt dat we vooral bang zijn om te verliezen wat we nu hebben.

Blijven hangen in het oude vertrouwde is een overlevingsstrategie. Je hebt het tenslotte tot hier gered met hoe jij je leven hebt ingericht. Misschien geef je jouw leven nu een kleine zeven en is er volop ruimte voor verbetering, maar stel dat het misloopt en je leven een drie wordt?

Je stort jezelf niet juichend in de ellende

Dat je door een diep dal moet om jouw droom te realiseren, zit er zelfs dik in. Stel, je wilt voor jezelf beginnen. De eerste jaren moet je misschien wel genadeloos veel tijd en energie steken in opdrachten binnenhalen. Werkweken van 60 uur zijn eerder regel dan uitzondering om een boterham te verdienen.

Dat je een moeilijke tijd moet uitzitten en dat van tevoren ziet aankomen, kan je afschrikken om ervoor te gaan. Je hebt nu een soort van ‘controle’ op je leven. Je vermijdt daarom het onbekende - droom of geen droom - en kiest voor dat wat je al die tijd in leven heeft gehouden.


De kracht van de beloning

Ook daar weet Anje-Marijcke raad mee. “Fop jezelf en help je brein. Weet dat als je iets nieuws wilt, iets anders, jij je brein moet helpen om op korte termijn ongemak te verduren. Om op lange termijn te krijgen wat je wilt.”

Focus jij je op wat werkelijk belangrijk voor je is, dan is het makkelijker om je droom na te jagen.

“Je geeft je brein trekkracht door je droom heel concreet aan te kleden. Het levensecht gaan voorstellen. Wie ben je dan, hoe voel jij je, hoe ziet het eruit als je daar bent? Zo zet je het kompas op jouw stip op de horizon. Elk stapje dat jij maakt naar het verwezenlijken van jouw droom, moet je vieren. Zo haal je iets dat ver weg is een stuk dichterbij,” legt Anje-Marijcke uit.

Het blijft spannend

Dat maakt je grenzen verleggen misschien makkelijker, maar niet per se minder zenuwslopend. Ikzelf ga tenminste bij elke droom aan mezelf twijfelen. Kan ik het wel?

Mogelijk denk jij ook dat je niet goed genoeg bent, dat het toch niet gaat lukken. Je loopt het risico om te falen. Je gaat je afvragen wat anderen wel niet zullen denken. Word je niet keihard uitgelachen? 

Ik kan jou en mij helaas niet geruststellen. Je weet het niet tot je eraan begint. Maar zoals Anje-Marijcke zegt: “Hoe jonger je bent, hoe sneller je op je plaat moet gaan. Creëren, vernieuwen en leren gaat alleen in sprongen wanneer je durft te experimenteren. En dus het risico durft te lopen af en toe onderuit te gaan.” 

Waarom jouw grenzen verleggen?

Nu we weten hoe we de sprong in het diepe kunnen wagen, blijft er nog één vraag onbeantwoord: waarom zou je dat eigenlijk willen? Anje-Marijcke gaf mij een paar superbelangrijke argumenten om jezelf te pushen en de nodige lef uit je tenen te trekken. Welke dat zijn, lees je hier in deel 2.


ook

interessant